|

Oeverzwaluwwand
|
|
Boerenzwaluw (Hirundo rustica)

-
Kenmerken
De boerenzwaluw is aan de bovenzijde staalblauw. Het voorhoofd en keel zijn bruinrood en de onderzijde is roomwit. De diep gevorkte staart valt vooral op tijdens het vliegen. Het vrouwtje en de jonge vogels hebben een minder lang gevorkte staart. De jongen zijn doffer van kleur.
- De zang
De zang is vaak indrukwekkend, lang aangehouden, kristalhelder gekwetter met daarin imitaties, dat nu en dan wordt afgerond met een kenmerkend geknars, als een ongeolied scharnier. De contactroep is een herhaal 'swiet-swiet".
- De trek
Tijdens de trek zie je ze vaak met grote groepen anderen zwaluwen boven moerassen en meren met veel vliegende insecten. Ze slapen dan in het riet.
De overwinteringplaats ligt ver in westelijk Afrika. Het is een lange en barre vliegtocht met veel gevaren om de reis te overleven. Het is ongelofelijk dat zo'n kleine vogel met 2 gram vet als brandstof een reis van 8000 km kan afleggen.
De boerenzwaluw onderneemt deze tocht om te kunnen gaan ruien. Het wisselen van hun oude versleten verenpak duurt 5 tot 6 maanden.
- Terug in Nederland om te broeden
In de eerste weken van april zijn ze er weer.
Een geschikte nestelplaats wordt gevonden in boerderijen en stallen. Hooibergen en de onderzijde van bruggen dienen soms als broedplaats. Ze gebruiken graag oneffenheden op het hechtingsvlak om hun nest tegen te bouwen. Van groot belang is de toegankelijkheid van de nestplaats. De vogel moet vrij in en uit kunnen vliegen.
- Bouw van het nest
De vogels zijn echte metselaars. Het mannetje haalt de specie. Een blokje taaie modder zo groot als een erwt . Het vrouwtje verwerkt het materiaal tot een komvormig nest, 20 cm. breed en 10 cm. diep. Vaak verwerken ze er stukjes stro in. Het nest wordt aan de binnenkant afgewerkt met veertjes.
- Voedsel
De boerenzwaluw jaagt op insecten in de lucht.
Het is de enige vogel die zo laag vliegt bij het jagen op voedsel. Als het warm weer is en de insecten zitten hoog dan foerageert de boerenzwaluw hoog in de lucht.
- Broeden
Het vrouwtje legt 4 tot 5 witte eitjes met roestbruine vlekjes. De broedtijd duurt 14 a 16 dagen. Het vrouwtje broedt grotendeels alleen.
De jongen zijn bij de geboorte blind en kaal en wegen slechts 1,6 gram. Afhankelijk van het weer en de insecten aanbod wegen ze 15 tot 16 dagen later zo'n 23 gram. Ze zitten strak in de veren en zijn groter en zwaarder dan hun ouders. Deze wegen maar 18 tot 20 gram.
De jongen vliegen na 3 weken uit en ze hebben dan 150.000 insecten verorberd. De jongen worden nog 1 week na het uitvliegen door de ouders gevoerd.
De ouders beginnen nu aan het tweede of derde legsel. Vaak helpen de jongen uit een eerder broedsel mee met voeren.
De vogels zijn erg plaatsgetrouw en komen ieder jaar op dezelfde plaats terug.
- Voorkom overlast
Breng een stuk hout van 10 x 10 cm. aan op 15 cm. onder het nest waar de poep valt.
Auto of machines na gebruik afdekken met b.v. een krant.
Op een plaats waar een nest niet gewenst is de balk glad schuren en schilderen waardoor de nestplaats definitief ongeschikt wordt. Beter een keer het probleem oplossen dan 10 keer het nest eraf stoten.
- Het bevorderen van broed gelegenheid
Boerenzwaluwen broeden het liefst steeds in hetzelfde gebouw. Zorg ervoor als ze in het voorjaar terugkomen dat de deuren openstaan. Soms is en kleine ruimte al voldoende zoals b.v. een kapotte ruit. Ze moeten wel direct vanuit het gebouw het volle daglicht in kunnen vliegen en er mogen geen bomen in de weg staan. Zorg ervoor dat de invliegopening onbereikbaar is voor katten.
Voor de bouw van hun nest gebruiken boerenzwaluwen stevige modder. Vooral in droge perioden is er soms een tekort aan nestmateriaal. Zorg dat de plekken waar modder ligt nat gehouden wordt.
Boerenzwaluwen "plakken" hun nest meestal tegen een balk. Het liefst gebruiken ze een uitsteeksel om het nest aan te bevestigen, b.v. een spijker, een contactdoos, enz.
Zorg ervoor dat de nestplaats zo donker mogelijk is zodat de vogels vanaf hun nest in het licht kunnen kijken. Er moet 10 tot 15 cm ruimte vrij zijn tussen het dak en de aanhechtingsplaats. De nestplaats mag niet geverfd of gelakt zijn.

Huiszwaluw (Delichon urbica)
-
Kenmerken
Makkelijk te herkennen aan zijn witte rugvlek. De huiszwaluw heeft een glanzende donkerblauwzwarte bovenzijde en een helder witte onderzijde en kin en keel.
Ze hebben een korte gevorkte staart.
- De zang
De huiszwaluw roept een helder maar krasserig 'prrit'. Hun zang bestaat uit kwetterende herhalingen van de roep.
- De trek
Als in september het aanbod van insecten minder wordt verzamelen de huiszwaluwen zich tot grote groepen en vertrekken in 5 tot 6 weken naar Zuid Afrika. Tijdens de trek foerageren de vogels, behalve tijdens de barre oversteek van de hete en droge Sahara-woestijn, waar ze zo goed als niets kunnen vinden. Tegen zonsondergang zoeken ze bij voorkeur drassige grond op, waar ze 's nachts rusten en schuilen in rietkragen.
- Terug in Nederland om te broeden
In april-mei keren de vogels in veel kleinere zwermen terug van hun overwinteringplaats.
Dit is gemiddeld drie weken later dan de Boerenzwaluw.
Ondanks alle wetenschappelijke onderzoeken blijft het toch raadselachtig hoe een vogeltje van 12,5 cm vanuit Afrika zijn weg terug weet te vinden naar zijn geboorteplaats.
- Het bouwen van een nest
Hun nesten zijn bolvormig met een nauwe opening aan de bovenkant. Deze wordt bij voorkeur op de noord- of oostzijde van overhangende dakranden, goten, bruggen enz. gemaakt. Deze plekken moeten wit of crème geverfd zijn. Een must is de aanwezigheid van genoeg voedsel. Binnen een straal van ongeveer 200 meter moet er modder, klei of leem zijn om het nest te kunnen metselen.
Het mannetje sleept kleiballetjes en draadmateriaal aan. Het vrouwtje metselt er laag voor laag een nest van. Af en toe moet de klei drogen en daarna gaat ze verder. Als het komvormige nest gereed is wordt de binnenkant bekleed met grasjes, pluisjes en veertjes.
- Voedsel
Huiszwaluwen scheren vlak langs daken. Zeer kenmerkend is de plotselinge klim omhoog om een insect te pakken. Tijdens een duikvlucht door een muggenwolk happen ze snel het een en ander op. Ook kevertjes en vliegen worden niet versmaden.
- Broeden
Het vrouwtje legt 4-5 glanzend witte eieren. Het uitbroeden wordt door beide ouders volbracht. Dit duurt 20 dagen en begint eind mei. De jonge vogels blijven 3 weken op het nest. In deze periode vangt een huiszwaluw 9000 insecten per dag. Als de jongen groter zijn zitten ze vaak met hun bekjes open voor het vlieggat te wachten.
Een huiszwaluw heeft vaak nog een tweede en derde broedsel. De jongen van het vorige nest helpen dan ook met voeren.
Als de nestplaats wordt benaderd dor een vijand dan wordt deze weggejaagd met een straal zwaluwpoep.
- Overlast
Om overlast door uitwerpselen te voorkomen kan er een plankje onder het nest worden bevestigd. Laat 3 cm. ruimte open tussen de muur en het plankje, anders gaan ze ook onder het plankje een nest maken. En donker gekleurd plankje kan direct tegen de muur worden bevestigd. Op deze manier worden veel uitwerpselen opgevangen.
- Bevorderen van nestplaatsen
Geschikte dakranden wit laten of wit maken. Niet gaan verven tussen april en september.
Bij nieuwbouw en renovatie zo bouwen dat er ook plaats is voor vogels.
Zorgen dat er voldoende bouwmateriaal aanwezig is, bij voorkeur in de omgeving waar al zwaluwnesten zijn.
Het gebruik van bestrijdingsmiddelen tot het minimum beperken.
- Het aanbrengen van kunstnesten onder de dakgoot of overstek.
Zorg ervoor dat dit op de oost- of noordzijde gebeurt met een vrije aanvliegroute. De beste kans is er als in de omgeving een kolonie is. Zorg wel voor voldoende bouwmateriaal in de omgeving.
- Bedreigingen tijdens de trek van de huis- en de boerenzwaluwen
Tijdens de trek passeren ze landen waar zwaluwbiefstuk nog steeds hoog op de culinaire menukaart staat.
Plotselinge slechte weersomstandigheden kunnen fataal zijn.
Een uitputtende tocht van 1400 km, waarbij ze de voedselarme, steeds groter wordende Sahara-woestijn moeten oversteken, die steeds meer levens kost.
Insecticiden in Afrikaanse landen die bij ons niet meer gebruikt mogen worden.
- Bedreigingen in ons eigen land
Het gebruik van insecticiden.
De toegenomen hygiëne op de boerderijen waardoor er minder insecten zijn.
Er is in de stallen kunstmatige ventilatie gekomen waardoor er geen invliegruimte meer is voor de boerenzwaluw.
De afname, van de huiszwaluw, heeft ook te maken met onze moderne bouwmethode en renovaties van gebouwen, vaak geen overstekende dakgoten en overstekken meer. Als ze er wel zijn worden ze vaak donker gebeitst of geverfd, in bruin, groen enz., kleuren die een huiszwaluw absoluut zal mijden.
Het ontbreken van modder, leem of klei waardoor er geen nest gemetseld kan worden.

Oeverzwaluw (Riparia riparia)
-
Kenmerken
Het is de kleinste zwaluw die in Nederland voorkomt.
Van boven is de vogel donker bruin. Hij heeft een bruine band over zijn borst en is verder wit van onder.
De staart van de oeverzwaluw is gevorkt maar minder sterk als bij de boeren en huiszwaluw.
- Geluid
De oeverzwaluw maakt een kenmerkend geluid, droog, a-vocaal, raspend gekras.
- De trek
De vogel trekt in augustus-september weg naar tropisch Afrika. Hij keert terug in ons land in april-mei. Een enkeling is zelfs al in maart aanwezig.
- Broeden
Ze broeden in een kolonie. Ze graven zelf hun nest in steile rivieroevers. Ze benutten ook door de mens gemaakte steile zand of leemwanden zoals op bouwterreinen en afgravingen. Hierdoor heeft de vogel een nogal plaatselijk voorkomen.
De nestgangen worden met de pootjes gegraven. De gangen zijn 60-90 cm diep en eindigen in een nestkamer die wordt bekleed met veertjes en plantendelen.
Er worden 4-5 zuiver witte eitjes gelegd. De ouders broeden deze gezamenlijk uit. De broedtijd is 12-16 dagen.
De eerste weken blijven de jongen in de nestkamer, als ze wat ouder zijn komen ze de ouders tegemoet.
- Voedsel
De vogels zoeken vaak boven rivieren, poelen en ondiepe meren naar vliegende insecten en spinnen.
- Bedreigingen
Vaak worden tijdens het broeden of het opgroeien van de jongen de tijdelijke afgraving of zandberg afgegraven ten behoeve van de bouw. Er zijn weinig natuurlijke steile rivieroevers meer in ons land.
Natuurlijke bedreigingen vormen voor de jonge oeverzwaluwen de Hermelijn, Sperwer of Buizerd. De boomvalk is in staat om een oeverzwaluw in de vlucht te vangen.
- Bevorderen van nestplaatsen
Het maken van een kunstmatige oeverzwaluwenwand. Dit is gelukkig op veel plaatsen in ons land gerealiseerd of wordt gerealiseerd.
|