|
Waar en hoe broeden gierzwaluwen?
|
||
| |
Gierzwaluwen gebruiken onze huizen als broedplaatsen. Veel mensen nemen ze, dikwijls niet bekend met
de gewoonten van deze vogels, hun broedplaatsen af. Er wordt gerenoveerd, gesloopt en opnieuw gebouwd zonder rekening te
houden met gierzwaluwen en andere holenbewoners die in de stad leven. De vogel moet wijken voor het dichtstoppen van kieren, het vervangen van pannen door shingles (asfalttegels), nieuwbouw zonder pannendaken en daken zonder boeidelen. Het is jammer dat vaak niet onderkend wordt dat daarmee een boeiende stedeling aan het verdwijnen is. Nestelen in bestaande holten De nesten van broedende gierzwaluwen bevinden zich van oudsher in bestaande holten, onder dakpannen, in muurspleten, achter boeidelen en in gootbetimmeringen. Om een nestplaats te zoeken kunnen ze niet zoals spreeuwen en mussen hippend over het dak een opening ontdekken en voorzichtig naar binnen gaan, om te zien of de plek goed en veilig is. Gierzwaluwen moeten vliegend een nestgelegenheid zoeken en er met vrij grote snelheid binnengaan.
Huizen die rond de eeuwwisseling zijn gebouwd, zijn voorzien van daken die ideaal bleken voor de gierzwaluw. Het zijn de
zogenaamde 'mansarde-daken', platte daken met aan beide zijden een steile schuine zijde (mansarde betekent eigenlijk zolderkamer).
De schuine zijden zijn bedekt met dakpannen. Een overhangende lat, het boeideel, creëert onder de nok een kleine ruimte waar de
gierzwaluw graag broedt. De steile helling maakt een vrije val mogelijk om op de vleugels te komen.
| |