|

|
|
-
± eind april: Aankomst
Gierzwaluwen arriveren, vaak tegen de avond; de eerste zijn broedvogels die eerder hebben gebroed. De kalender is verder
gebaseerd op de eerst aangekomen vogels. (Nieuwe broedparen beginnen wel tot eind mei met de voortplanting).
- ± 1 mei -20 mei: Paartijd
Er vliegen nog maar weinig gierzwaluwen rond, op het nest slapen ze veel, dicht tegen elkaar
aan gelegen, poetsen elkaars veertjes, knappen het nest op, dragen nestmateriaal aan, bij mooi weer baltsvluchten, paring op het nest, ook waarnemingen van paring (schijnparing ?) in de lucht, eerste
eieren worden rond 7 mei gelegd.
- ± 7 mei - 28 mei: Broedtijd (± 20 dagen)
Er komen steeds meer gierzwaluwen terug, de vogels zonder nestplaats arriveren
nu ook.Bij slecht weer trekken de niet-broeders weg. Broedvogels zijn bij slecht weer op de nesten. Mannetje en vrouwtje broeden om beurten; ze lossen elkaar regelmatig af.
- ± 28 mei - 10 juli: Nesttijd (± 42 dagen)
De laatste niet-broedende vogels arriveren, de kolonie is nu compleet.
De jongen worden geboren, ouders voeren met tussenpozen van 3 kwartier tot een uur. Ze foerageren hoog in de beurt van de nestplaats. De niet-broeders trekken overdag
naar gebieden waar op dat tijdstip veel insecten tot ontwikkeling komen (boven bossen als de bosmieren hun bruidsvlucht maken, boven plassen als de muggen opstijgen, boven graanvelden met
insectenplagen, etc.) 's Morgens en 's avonds zijn ze terug in de broedgebieden en voeren giervluchten uit langs de nesten, gaan soms even bij een invliegopening hangen, schreeuwen om te controleren
of het nest bezet is, krijgen antwoord vanuit het nest, laten los en vliegen verder. Bij slecht weer trekken de niet-broeders weg, de broedvogels blijven zo lang mogelijk op de nesten, verlaten soms
tegen de avond de nesten om achter nachtvlinders aan te gaan, vliegen dan anders, fladderig. Ongeveer een kwartier na zonsondergang komen de broedvogels kort na elkaar op het nest, en komen niet
meer naar buiten. Naarmate de zomer vordert wordt dat steeds vroeger, ± 4 minuten per dag. De vogels zonder nesten, 50 % van wat er rondvliegt, verzamelen, gaan steeds hoger vliegen en stijgen op
naar 3000 meter hoogte.
- 10 juli - begin september: Uitvliegtijd, begin trek
De jongen vliegen in die periode uit (afhankelijk van de leeftijd); zitten de laatste dagen naar buiten
te kijken, soms zichtbaar in de nestopening. De giervluchten zijn rond medio juli op zijn hevigst, om de aarzelende jongen naar buiten te lokken (?). Eind juli wordt het ineens stil. Grotere en kleinere groepen trekkende gierzwaluwen zijn waar te nemen.
Broedvogels met late legsels blijven achter, volbrengen hun taak vrijwel onopgemerkt nu de grote drukte voorbij is. Soms tot begin september.
N.B. Bij slecht weer duurt alles enige dagen langer.
|